Pseudo-eindheffing is een extra werkgeversheffing van 12% die je als werkgever verschuldigd bent wanneer je een fossiele auto ter beschikking stelt aan een werknemer die deze ook privé gebruikt. De heffing gaat in per 1 januari 2027 en treft elke werkgever die op dat moment nog benzine- of dieselauto’s in zijn wagenpark heeft staan. In dit artikel vind je antwoord op de meest gestelde vragen: wanneer je de heffing betaalt, hoe je die berekent en wat je kunt doen om de kosten te beperken.
Wanneer ben je als werkgever pseudo-eindheffing verschuldigd?
Je bent als werkgever pseudo-eindheffing verschuldigd zodra je per 1 januari 2027 een auto met fossiele brandstof ter beschikking stelt aan een werknemer die de auto ook privé mag gebruiken of voor woon-werkverkeer inzet. De heffing geldt per kalendermaand en is al verschuldigd als de auto maar één dag privé wordt gebruikt in die maand.
De maatregel vloeit voort uit het Klimaatakkoord en sluit aan bij de ambitie van de overheid om de CO2-uitstoot in 2030 met 55% te verlagen ten opzichte van 1990. Waar eerder het gebruik van elektrische auto’s werd gestimuleerd via lagere bijtellingspercentages voor werknemers, wordt nu het gebruik van fossiele auto’s extra belast aan de kant van de werkgever.
Welke voertuigen vallen buiten de heffing?
Volledig elektrische auto’s en waterstofaangedreven voertuigen zijn vrijgesteld van pseudo-eindheffing. Bestelauto’s zijn eveneens uitgezonderd. Ook auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, zonder enig privégebruik of woon-werkverkeer, vallen buiten de heffing. Overweeg je de overstap naar een elektrische leaseauto, dan ontloop je de heffing volledig.
Wat houdt de overgangsregeling in?
Voor fossiele auto’s die vóór 1 januari 2027 al aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling: de pseudo-eindheffing gaat voor deze voertuigen pas in op 17 september 2030. Het overgangsrecht is gekoppeld aan het voertuig en het moment van eerste terbeschikkingstelling, niet aan de persoon van de werknemer. Een poolauto die vóór 2027 in gebruik was, behoudt het overgangsrecht ook als die later aan een andere werknemer bij dezelfde werkgever wordt toegewezen. Wisselt de auto van werkgever, dan vervalt de overgangsregeling direct.
Let op de timing van contracten. Eindigt een leasetermijn op 30 november 2026 en wordt een nieuwe fossiele auto per 1 december 2026 ter beschikking gesteld, dan valt die auto onder de overgangsregeling. Eindigt de termijn echter op 31 januari 2027 en start het nieuwe contract op 1 februari 2027, dan is de heffing van 12% direct verschuldigd. Kleine verschillen in contracttiming kunnen zo leiden tot structureel hogere werkgeverskosten over meerdere jaren.
Hoe wordt de pseudo-eindheffing berekend?
De pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de catalogusprijs van de fossiele auto. Je past dit percentage toe op de volledige cataloguswaarde van het voertuig, ongeacht de leeftijd of de restwaarde. De berekening is daarmee eenvoudig, maar de jaarlijkse kostenpost kan aanzienlijk zijn.
Een concreet rekenvoorbeeld: een benzineauto met een catalogusprijs van 50.000 euro leidt tot een jaarlijkse pseudo-eindheffing van 12% x 50.000 = 6.000 euro per jaar. Dit bedrag betaalt de werkgever bovenop alle andere loonkosten, volledig los van wat de werknemer zelf aan loonheffing betaalt over de bijtelling.
Bij poolauto’s die door meerdere werknemers worden gebruikt, is de berekening extra ingrijpend. Over de gehele kalendermaand is pseudo-eindheffing verschuldigd per werknemer aan wie de auto beschikbaar is gesteld, ook als de auto maar één dag privé is gebruikt. Een poolauto die voor vijf medewerkers beschikbaar is, kan daardoor leiden tot vijfmaal de pseudo-eindheffing op jaarbasis. Dit maakt de zakelijke leaseconstructie voor poolauto’s een punt van serieuze aandacht.
Wat is het verschil tussen pseudo-eindheffing en reguliere loonheffing?
Pseudo-eindheffing en reguliere loonheffing zijn twee volledig gescheiden heffingen die naast elkaar bestaan. De reguliere loonheffing wordt ingehouden op het loon van de werknemer, inclusief de bijtelling voor privégebruik van de auto. De pseudo-eindheffing is een extra belasting die uitsluitend door de werkgever wordt betaald en niet wordt verhaald op de werknemer.
Ter illustratie: bij een benzineauto met een catalogusprijs van 50.000 euro betaalt de werkgever 6.000 euro per jaar aan pseudo-eindheffing. De werknemer betaalt daarnaast nog steeds loonheffing over de bijtelling van 50.000 x 22% = 11.000 euro. Bij een belastingtarief van 49,5% bedraagt dat 5.445 euro per jaar voor de werknemer. Beide heffingen lopen dus volledig parallel en stapelen zich op.
De pseudo-eindheffing is daarmee een zuivere werkgeverslastenmaatregel. Het doel is de werkgever te stimuleren alleen nog elektrische of waterstofauto’s ter beschikking te stellen, zonder de werknemer direct te belasten.
Welke kosten brengt pseudo-eindheffing mee voor jouw bedrijf?
Voor een MKB-bedrijf met meerdere fossiele leaseauto’s in het wagenpark kan de pseudo-eindheffing een aanzienlijke kostenpost worden. Per auto met een catalogusprijs van 40.000 euro bedraagt de jaarlijkse heffing 4.800 euro. Bij tien auto’s loopt dat op tot 48.000 euro per jaar, structureel en bovenop de bestaande leasetermijnen.
De financiële impact hangt af van drie factoren:
- Het aantal fossiele auto’s dat voor privégebruik ter beschikking staat
- De catalogusprijzen van die voertuigen
- Of de overgangsregeling van toepassing is op bestaande contracten
Voor ondernemers die gebruikmaken van vervangend vervoer is er een bijkomend knelpunt. Wanneer een werkgever tijdelijk een fossiele auto ter beschikking stelt, is de pseudo-eindheffing ook van toepassing. Rij je één dag in een fossiele brandstofauto, dan ben je al een hele maand aan heffing verschuldigd. Dit raakt sectoren zoals schadeherstelbedrijven, verhuurbedrijven en rijscholen hard. Een motie van Kamerleden Van Dijk en Eijk is op 31 maart 2026 aangenomen over oplossingsrichtingen voor deze onwenselijke effecten. Staatssecretaris Eerenberg van Financiën heeft toegezegd de Tweede Kamer vóór de zomer van 2026 te informeren over eventuele aanpassingen.
Als flankerend beleid geldt voor volledig elektrische auto’s in 2026 een verlaagd bijtellingspercentage van 18%. Voor auto’s die in 2027 gaan rijden, bedraagt de bijtelling 20% over de eerste 30.000 euro, met 22% over het meerdere. Deze korting geldt 60 maanden vanaf de eerste toelating. Vanaf 2028 vervalt de korting en geldt voor elektrische leaseauto’s dezelfde bijtelling als voor benzine- of dieselauto’s.
Hoe kun je de pseudo-eindheffing beperken of vermijden?
De meest directe manier om pseudo-eindheffing te vermijden is de overstap naar volledig elektrische of waterstofaangedreven auto’s. Deze vallen volledig buiten de heffing. Daarnaast zijn er een aantal praktische strategieën om de impact te beperken voor bedrijven die hun wagenpark nog niet volledig hebben verduurzaamd.
- Gebruik de overgangsregeling maximaal: Zorg dat nieuwe fossiele contracten vóór 1 januari 2027 ingaan, zodat de overgangsregeling van toepassing is en de heffing pas op 17 september 2030 ingaat.
- Sluit privégebruik contractueel uit: Auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, zijn vrijgesteld. Leg dit vast in de arbeidsovereenkomst of het leasereglement en zorg voor een sluitende rittenadministratie.
- Heroverweeg poolauto’s: Door de maandelijkse heffing per werknemer die toegang heeft tot een poolauto, kunnen de kosten snel oplopen. Beperk het aantal werknemers met toegang tot fossiele poolauto’s of schakel over op elektrische poolauto’s.
- Vervang fossiele auto’s gefaseerd door elektrisch: Plan contractvervangingen strategisch, zodat je de overgangsperiode volledig benut en tegelijkertijd de overstap naar elektrisch maakt.
- Kies voor een youngtimer: Via de youngtimerlease kan de bijtellingsgrondslag aanzienlijk lager uitvallen, al dient de pseudo-eindheffing ook hier op de catalogusprijs berekend te worden.
Let wel: per 1 januari 2026 is de minimumleeftijd voor de youngtimer verschoven van 15 naar 16 jaar. Auto’s die in 2025 al ter beschikking waren gesteld en in de loop van 2025 15 jaar zijn geworden, mogen in 2026 nog gebruikmaken van de youngtimerregeling via een overgangsregeling.
Waar geef je pseudo-eindheffing aan in de aangifte loonheffingen?
De werkgever betaalt de pseudo-eindheffing via de reguliere loonaangifte. Dit kan maandelijks of op jaarbasis, afhankelijk van de gekozen aangiftefrequentie. De heffing wordt opgenomen als afzonderlijke post in de aangifte loonheffingen en staat volledig los van de verwerking van de bijtelling voor de werknemer.
Voor de Belastingdienst is de maatregel uitvoerbaar bevonden, zoals vastgelegd in de uitvoeringstoets van de Rijksoverheid van 17 oktober 2025. De administratieve verwerking sluit aan bij de bestaande systematiek van de eindheffing in de loonbelasting, waarmee werkgevers al vertrouwd zijn vanuit andere heffingssituaties.
Praktisch betekent dit dat je per auto bijhoudt:
- De catalogusprijs van het voertuig
- Of het voertuig fossiel of emissievrij is
- Aan welke werknemer de auto ter beschikking staat en of privégebruik is toegestaan
- Of de overgangsregeling van toepassing is op basis van de datum van eerste terbeschikkingstelling
Zorg dat je salarisadministratie tijdig is ingericht op de nieuwe heffing, zodat je per 1 januari 2027 correct aangifte kunt doen. Bespreek de aanpak met je salarisadministrateur of fiscaal adviseur, zodat er geen maanden worden gemist.
Hoe EDW helpt bij pseudo-eindheffing en slimme leaseoplossingen
De pseudo-eindheffing maakt het voor MKB-ondernemers urgenter dan ooit om de leaseconstructie van hun wagenpark kritisch te bekijken. EDW Autolease helpt je daar concreet bij:
- Inzicht in je huidige wagenpark: EDW brengt in kaart welke auto’s in aanmerking komen voor de overgangsregeling en welke contracten tijdig moeten worden aangepast.
- Advies over de overstap naar elektrisch: Voor ondernemers die willen verduurzamen, biedt EDW advies over elektrische bedrijfswagens die volledig buiten de heffing vallen.
- Contracttiming optimaliseren: Door slimme planning van leasetermijnen zorgt EDW dat je de overgangsregeling maximaal benut en onnodige heffingskosten voorkomt.
- Onafhankelijk advies: EDW werkt merk-, dealer- en leasemaatschappij-onafhankelijk, zodat je altijd eerlijk advies krijgt over de financieel meest voordelige constructie voor jouw situatie.
- Vaste contactpersoon: Geen callcenter, geen doorverbinden. Eén adviseur begeleidt je van de eerste vraag tot het moment dat je wegrijdt.
Wil je weten wat de pseudo-eindheffing concreet betekent voor jouw wagenpark en hoe je de kosten kunt beperken? Neem contact op met EDW Autolease voor een vrijblijvend adviesgesprek.