De pseudo-eindheffing wordt betaald door de werkgever, niet door de werknemer. Vanaf 1 januari 2027 zijn werkgevers een extra loonheffing verschuldigd wanneer zij fossiele auto’s, zoals benzine- of dieselvoertuigen, ter beschikking stellen aan werknemers voor privégebruik of woon-werkverkeer. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over hoe de pseudo-eindheffing werkt, hoe je deze berekent en wat dit betekent voor jouw leasekeuzes als ondernemer.
Hoe werkt de pseudo-eindheffing in de praktijk?
De pseudo-eindheffing is een extra belasting die de werkgever bovenop de reguliere loonheffing betaalt wanneer een werknemer een fossiele leaseauto ook privé mag gebruiken. De heffing wordt door de werkgever afgedragen via de loonaangifte en staat volledig los van de bijtelling die de werknemer zelf betaalt. De maatregel is vastgelegd in het Belastingplan 2026 en treedt in werking per 1 januari 2027.
Het mechanisme is eenvoudig: zodra een werkgever een benzine- of dieselauto ter beschikking stelt en de werknemer die auto ook privé of voor woon-werkverkeer gebruikt, is de werkgever een percentage van de cataloguswaarde verschuldigd als pseudo-eindheffing. Die afdracht verloopt via de gebruikelijke loonaangifte, die maandelijks of jaarlijks kan worden ingediend.
De maatregel vloeit voort uit het Klimaatakkoord en sluit aan bij de bredere ambitie van de overheid om per 2027 alleen nog emissievrije zakelijke voertuigen toe te laten. Waar in voorgaande jaren het gebruik van elektrische auto’s werd gestimuleerd via een lagere bijtelling voor werknemers, wordt het gebruik van fossiele auto’s nu extra belast aan de kant van de werkgever. Het doel is de CO2-uitstoot in 2030 met 55% te verlagen ten opzichte van 1990.
Wanneer is een werkgever pseudo-eindheffing verschuldigd?
Een werkgever is pseudo-eindheffing verschuldigd zodra hij een auto met brandstofmotor, dus een benzine- of dieselauto, ter beschikking stelt aan een werknemer en die werknemer de auto ook privé gebruikt of voor woon-werkverkeer inzet. De heffing geldt vanaf 1 januari 2027 voor nieuw ter beschikking gestelde fossiele voertuigen.
Er zijn situaties waarin de pseudo-eindheffing niet van toepassing is:
- Volledig elektrische auto’s en waterstofaangedreven voertuigen zijn vrijgesteld.
- Bestelauto’s vallen buiten de heffing.
- Auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, zonder enig privégebruik of woon-werkverkeer, zijn eveneens uitgezonderd.
Daarnaast geldt een overgangsregeling voor fossiele auto’s die vóór 1 januari 2027 al aan werknemers ter beschikking zijn gesteld. Voor deze voertuigen gaat de pseudo-eindheffing pas in op 17 september 2030. Het overgangsrecht is gekoppeld aan het voertuig en het moment van eerste terbeschikkingstelling, niet aan de persoon van de werknemer. Een poolauto die vóór 2027 in gebruik was, valt dus onder het overgangsrecht, ook als die later aan een andere werknemer binnen dezelfde organisatie wordt toegewezen. Wisselt de auto echter van werkgever gedurende de overgangsperiode, dan vervalt de overgangsregeling.
Een praktisch voorbeeld: als een bestaand leasecontract eindigt op 30 november 2026 en een nieuwe fossiele auto per 1 december 2026 ter beschikking wordt gesteld voor privégebruik, valt die auto onder de overgangsregeling en is in beginsel geen pseudo-eindheffing verschuldigd tot 17 september 2030.
Hoe bereken je de hoogte van de pseudo-eindheffing?
De pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de fossiele leaseauto. De grondslag voor de berekening is de catalogusprijs die ook als basis dient voor de reguliere bijtelling, inclusief btw en bpm. De werkgever betaalt dit bedrag jaarlijks bovenop de overige loonkosten.
Een concreet rekenvoorbeeld maakt dit inzichtelijk. Stel dat een werkgever een benzineauto met een catalogusprijs van 50.000 euro ter beschikking stelt aan een werknemer die de auto ook privé gebruikt:
- Pseudo-eindheffing werkgever: 12% van 50.000 euro = 6.000 euro per jaar
- Bijtelling werknemer (22% van 50.000 euro = 11.000 euro belastbaar loon)
- Bij een belastingtarief van 49,5% betaalt de werknemer: 5.445 euro per jaar
De totale fiscale last van één fossiele leaseauto bedraagt in dit voorbeeld dus ruim 11.000 euro per jaar, verdeeld over werkgever en werknemer. De pseudo-eindheffing alleen al kost de werkgever 6.000 euro bovenop alle andere loonkosten. Dit maakt de financiële prikkel om over te stappen op een elektrische leaseauto aanzienlijk groter.
Wat is het verschil tussen pseudo-eindheffing en eindheffing?
Pseudo-eindheffing en eindheffing zijn beide vormen van loonbelasting die de werkgever afdraagt, maar ze hebben een ander toepassingsgebied. Eindheffing is een parapluterm voor situaties waarin de werkgever de loonheffing voor zijn rekening neemt in plaats van de werknemer, zoals bij bepaalde vergoedingen en verstrekkingen via de werkkostenregeling. Pseudo-eindheffing is een specifieke, aanvullende heffing die bovenop de reguliere loonheffing komt en gericht is op het ontmoedigen van fossiel rijgedrag.
Het belangrijkste onderscheid zit in het doel en de werking:
- Eindheffing vervangt de loonheffing van de werknemer. De werkgever draagt af en de werknemer heeft geen verdere fiscale verplichting over dat deel.
- Pseudo-eindheffing komt erbij. De werknemer betaalt nog steeds gewoon loonheffing over zijn bijtelling; de pseudo-eindheffing is een extra last voor de werkgever, los van wat de werknemer al betaalt.
De naam “pseudo” verwijst dan ook naar het feit dat het geen echte eindheffing is in de klassieke zin: het is geen vervanging van de loonheffing van de werknemer, maar een zelfstandige aanvullende belasting die de werkgever verschuldigd is vanwege de ter beschikking gestelde fossiele auto.
Kan een werkgever de pseudo-eindheffing verhalen op de werknemer?
In principe niet. De pseudo-eindheffing is wettelijk een verplichting van de werkgever en is niet bedoeld om te worden doorberekend aan de werknemer. De belastingwetgeving legt de heffing expliciet bij de werkgever neer als prikkel om het wagenpark te verduurzamen, niet als extra last voor de werknemer.
Dat neemt niet weg dat de pseudo-eindheffing wel degelijk invloed heeft op de arbeidsvoorwaarden. Werkgevers die de extra kosten niet willen dragen, kunnen ervoor kiezen om de leaseregeling aan te passen, de eigen bijdrage van werknemers te verhogen of nieuwe leasecontracten uitsluitend nog aan te gaan voor elektrische voertuigen. Indirect kunnen werknemers dus wél merken dat hun werkgever de financiële druk van de pseudo-eindheffing verwerkt in het leasebeleid.
Werknemers die zelf een financial lease afsluiten op eigen naam vallen buiten deze regeling, omdat in dat geval de werknemer zelf eigenaar is van het voertuig en er geen sprake is van terbeschikkingstelling door de werkgever.
Hoe beïnvloedt pseudo-eindheffing de leasekeuze van ondernemers?
De pseudo-eindheffing maakt fossiele leaseauto’s structureel duurder voor werkgevers en versnelt daarmee de zakelijke overstap naar elektrisch rijden. Vanaf 2027 betaalt een werkgever jaarlijks 12% van de cataloguswaarde als extra heffing voor elke fossiele leaseauto met privégebruik. Voor een gemiddeld wagenpark van vijf auto’s loopt dit al snel op tot tienduizenden euro’s per jaar.
Ter compensatie heeft de overheid de korting op de bijtelling voor volledig elektrische auto’s langer in stand gehouden. Voor elektrische voertuigen die in 2026 worden ingezet, geldt een bijtellingspercentage van 18%. Voor auto’s die in 2027 gaan rijden, geldt 20% over de eerste 30.000 euro van de cataloguswaarde; alles daarboven wordt belast tegen 22%. Deze korting geldt 60 maanden vanaf de eerste toelating. Vanaf 2028 vervalt de korting en geldt voor elektrische leaseauto’s hetzelfde percentage als voor benzine- en dieselauto’s.
Voor ondernemers die nu nog een fossiel leasecontract hebben, zijn er een aantal strategische overwegingen:
- Sluit je vóór 1 januari 2027 een nieuw fossiel leasecontract af, dan geldt de overgangsregeling en betaal je geen pseudo-eindheffing tot 17 september 2030.
- Kies je voor een elektrische leaseauto, dan vermijd je de pseudo-eindheffing volledig en profiteer je van de lagere bijtelling.
- Overweeg je zakelijk leasen voor meerdere voertuigen, dan is een totaalanalyse van de fiscale impact per voertuig verstandig.
- Bestelauto’s en voertuigen die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, zijn vrijgesteld en vormen geen fiscaal risico.
De pseudo-eindheffing is daarmee geen geïsoleerde belastingmaatregel, maar onderdeel van een breder fiscaal kader dat ondernemers actief stuurt richting een emissievrij wagenpark. Wie nu al nadenkt over de samenstelling van zijn elektrische bedrijfswagen, loopt straks minder fiscale risico’s.
Hoe EDW helpt bij de pseudo-eindheffing
De pseudo-eindheffing heeft directe gevolgen voor de leasekeuzes van ondernemers in het MKB en voor zzp’ers met personeel. EDW Autolease helpt je om de fiscale impact inzichtelijk te maken en de juiste leasevorm te kiezen die aansluit bij jouw situatie.
- Persoonlijk advies: Elke klant krijgt een vaste adviseur die de volledige financiering begeleidt, van aanvraag tot aflevering.
- Onafhankelijk: EDW werkt merk-, dealer- en leasemaatschappij-onafhankelijk, zodat je altijd eerlijk advies krijgt over de meest voordelige optie.
- Elektrisch of fossiel: Of je nu kiest voor een elektrische leaseauto om de pseudo-eindheffing te vermijden, of gebruik wilt maken van de overgangsregeling voor een fossiel voertuig, EDW denkt met je mee.
- Financial lease of operational lease: EDW legt uit welke leasevorm fiscaal het meest voordelig uitpakt, ook in het licht van de nieuwe heffingsregels.
- Quickscan: Via een zakelijke quickscan krijg je snel inzicht in de mogelijkheden voor jouw bedrijf.
Wil je weten wat de pseudo-eindheffing concreet betekent voor jouw wagenpark en welke leasekeuze het meest voordelig is? Neem contact op met EDW Autolease en krijg persoonlijk advies van een adviseur bij jou in de buurt.