Pseudo-eindheffing voor vervangend vervoer is in principe mogelijk, maar alleen als aan de juiste voorwaarden wordt voldaan. De heffing geldt voor werkgevers die een fossiele auto ter beschikking stellen aan een werknemer die deze ook privé gebruikt. Of een vervangende leaseauto daaronder valt, hangt af van de duur, het gebruik en de administratieve vastlegging van de terbeschikkingstelling.
Onderstaande vragen beantwoorden de meest voorkomende fiscale kwesties rondom pseudo-eindheffing en vervangend vervoer, zodat je als ondernemer weet waar je aan toe bent.
Wat valt er onder de pseudo-eindheffing voor bestelauto’s?
Bestelauto’s vallen buiten de pseudo-eindheffing. De maatregel richt zich uitsluitend op personenauto’s en andere auto’s die ter beschikking worden gesteld aan werknemers voor privégebruik. Bestelauto’s zijn expliciet uitgezonderd van de heffing, ongeacht of ze ook privé worden gebruikt.
De pseudo-eindheffing is een werkgeversheffing die per 1 januari 2027 in werking treedt. Werkgevers betalen dan een extra belasting van 22% over de catalogusprijs van elke fossiele auto (benzine, diesel of hybride) die zij aan een werknemer ter beschikking stellen én die ook privé wordt gebruikt. De heffing komt bovenop de reguliere bijtelling die de werknemer al betaalt.
Volledig elektrische en op waterstof aangedreven auto’s zijn vrijgesteld van de pseudo-eindheffing. Hetzelfde geldt voor auto’s die uitsluitend zakelijk worden ingezet, zonder enig privégebruik of woon-werkverkeer. Voor elektrische leaseauto’s gelden bovendien nog gunstigere bijtellingspercentages: in 2026 bedraagt de bijtelling 18% voor volledig elektrische voertuigen.
Het doel van de maatregel is duidelijk: de overheid wil werkgevers stimuleren om uitsluitend emissievrije auto’s ter beschikking te stellen. Waar eerder lagere bijtellingspercentages voor werknemers als wortel dienden, wordt nu de stok ingezet door fossiel gebruik extra te belasten.
Geldt pseudo-eindheffing ook voor een vervangende leaseauto?
Ja, pseudo-eindheffing kan ook van toepassing zijn op een vervangende leaseauto, mits het een fossiele personenauto betreft die ter beschikking wordt gesteld voor privégebruik. De Belastingdienst kijkt naar de feitelijke situatie: wordt de auto door de werknemer privé gebruikt, dan is de heffing in beginsel verschuldigd, ook als het om tijdelijk vervangend vervoer gaat.
Wordt een fossiele leaseauto als vervanger ingezet terwijl de reguliere auto in de garage staat, dan telt elke dag van feitelijke terbeschikkingstelling mee. Er is geen vrijstelling voor kortdurend gebruik. De werkgever dient de pseudo-eindheffing via de loonaangifte te voldoen, maandelijks of jaarlijks.
Relevant hierbij is de overgangsregeling: voor fossiele auto’s die vóór 1 januari 2027 al aan werknemers ter beschikking zijn gesteld, geldt dat de pseudo-eindheffing pas ingaat op 17 september 2030. Dit overgangsrecht is gekoppeld aan het voertuig en het moment van eerste terbeschikkingstelling. Een vervangende auto die na 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking wordt gesteld, valt dus niet automatisch onder de overgangsregeling, ook al is het ter vervanging van een auto die er wel onder valt.
Concreet voorbeeld: wanneer een bestaande leasetermijn eindigt op 30 november 2026 en een nieuwe fossiele auto per 1 december 2026 ter beschikking wordt gesteld voor privégebruik, valt deze nieuwe auto onder de overgangsregeling en geldt in beginsel geen pseudo-eindheffing tot 17 september 2030. De timing van de terbeschikkingstelling is dus cruciaal.
Hoe verschilt vervangend vervoer van doorlopend afwisselend gebruik?
Vervangend vervoer is tijdelijk en gekoppeld aan een specifieke situatie, zoals een reparatie of onderhoud van de vaste leaseauto. Doorlopend afwisselend gebruik, ook wel poolgebruik of wisselend gebruik van meerdere auto’s, is structureel en niet aan één werknemer gekoppeld. Het fiscale onderscheid zit in de administratie en de toerekening van de terbeschikkingstelling.
Bij vervangend vervoer is er sprake van een tijdelijke terbeschikkingstelling aan dezelfde werknemer. De auto staat op naam van de werknemer gedurende die periode en de bijtelling plus eventuele pseudo-eindheffing lopen gewoon door. Er is geen onderbreking in de fiscale terbeschikkingstelling, ook al gaat het om een andere auto.
Bij doorlopend afwisselend gebruik, zoals bij een poolauto, is de situatie anders. Een poolauto die vóór 2027 al in gebruik was bij een werkgever, valt onder de overgangsregeling, ook als die later aan een andere werknemer bij dezelfde werkgever wordt toegewezen. Wisselen van werknemer binnen dezelfde werkgever is toegestaan en tast de overgangsregeling niet aan. Wisselt de auto echter van werkgever, dan vervalt de overgangsregeling.
Voor de zakelijke leaserijder is het onderscheid praktisch relevant: bij een poolauto hoeft de bijtelling niet altijd aan één werknemer te worden toegerekend, terwijl bij vervangend vervoer de bijtelling gewoon doorloopt bij de vaste gebruiker. De administratie moet dit onderscheid helder vastleggen.
Wat zijn de fiscale gevolgen als de regeling niet van toepassing is?
Als de pseudo-eindheffing niet van toepassing is, hoeft de werkgever de extra heffing van 22% over de catalogusprijs niet te betalen. Maar de reguliere bijtelling voor de werknemer blijft altijd gelden zodra een auto ook privé wordt gebruikt. De twee heffingen staan volledig los van elkaar.
Ter illustratie: bij een fossiele leaseauto met een catalogusprijs van 50.000 euro betaalt de werkgever vanaf 2027 jaarlijks 6.000 euro aan pseudo-eindheffing (12% van 50.000 euro, het tarief loopt op). De werknemer betaalt daarnaast nog steeds loonheffing over de bijtelling van 22% over dezelfde catalogusprijs, wat bij een belastingtarief van 49,5% neerkomt op ruim 5.400 euro per jaar. De pseudo-eindheffing is een cumulatieve last bovenop de bestaande bijtelling.
Valt de auto buiten de pseudo-eindheffing, bijvoorbeeld omdat het een volledig elektrisch voertuig betreft of omdat uitsluitend zakelijk gebruik aantoonbaar is, dan vervalt de werkgeversheffing volledig. De werknemer betaalt in dat geval wel nog steeds bijtelling, tenzij privégebruik wordt uitgesloten via een sluitende rittenadministratie of een verklaring geen privégebruik.
Voor ondernemers die overwegen over te stappen naar elektrische bedrijfswagens biedt dit een concreet fiscaal voordeel: geen pseudo-eindheffing, een lagere bijtelling en in sommige gevallen aanvullende subsidies zoals de SEBA-regeling.
Wanneer is een ‘verklaring geen privégebruik’ de juiste oplossing?
Een verklaring geen privégebruik is de juiste oplossing wanneer een werknemer of DGA de leaseauto aantoonbaar niet privé gebruikt en dit ook wil vastleggen tegenover de Belastingdienst. Met een geldige verklaring vervalt zowel de bijtelling voor de werknemer als de grondslag voor de pseudo-eindheffing voor de werkgever.
De verklaring wordt ingediend bij de Belastingdienst en verplicht de werknemer tot het bijhouden van een sluitende rittenadministratie. Privégebruik mag niet meer dan 500 kilometer per jaar bedragen. Wordt die grens overschreden, dan vervalt de verklaring met terugwerkende kracht en volgen naheffingen inclusief boetes.
Bij vervangend vervoer is de verklaring geen privégebruik ook van toepassing op de vervangende auto. Wordt de vervangende leaseauto tijdelijk privé gebruikt, terwijl de vaste auto dat normaal niet wordt, dan kan dit de verklaring in gevaar brengen. Het is dus zaak om ook tijdens perioden van vervangend vervoer de rittenadministratie bij te houden en privégebruik te vermijden.
De verklaring is met name interessant voor ondernemers die hun auto strikt zakelijk inzetten, zoals bij bepaalde beroepsgroepen met een vaste werklocatie of bij werknemers met een eigen auto voor privéritten. Voor DGA’s die hun auto via de zaak rijden, is de verklaring eveneens een optie, maar de Belastingdienst controleert dit scherp. Een waterdichte rittenadministratie is dan geen luxe maar een vereiste.
Hoe EDW helpt bij pseudo-eindheffing en slimme leaseoplossingen
De fiscale regels rondom pseudo-eindheffing, vervangend vervoer en bijtelling zijn complex en veranderen de komende jaren ingrijpend. EDW Autolease helpt ondernemers en werkgevers om hier goed op in te spelen, zodat er geen onnodige belasting wordt betaald en de leaseconstructie fiscaal optimaal is.
- Onafhankelijk advies: EDW werkt merk-, dealer- en leasemaatschappij-onafhankelijk en geeft eerlijk advies over de meest voordelige leaseoplossing voor jouw situatie.
- Overgangsregeling benutten: EDW helpt bij het tijdig vastleggen van terbeschikkingstellingen vóór 1 januari 2027, zodat de overgangsregeling maximaal wordt benut.
- Elektrisch of fossiel: Op basis van jouw rijgedrag, budget en fiscale situatie adviseert EDW of een elektrische leaseauto of een fossiel voertuig voor jou het meest voordelig is.
- Vaste contactpersoon: Geen callcenter, geen doorverbinden. Eén adviseur begeleidt jou van aanvraag tot aflevering.
- Geschikt voor MKB en ZZP: Of je nu één auto wilt leasen of een heel wagenpark wilt optimaliseren, EDW denkt mee op jouw schaal.
Wil je weten wat de pseudo-eindheffing concreet betekent voor jouw leasecontract, of wil je advies over de slimste aanpak voor vervangend vervoer? Neem contact op met EDW Autolease en ontvang persoonlijk advies van een adviseur bij jou in de buurt.