Vanaf 1 januari 2027 worden werkgevers geconfronteerd met een nieuwe pseudo-eindheffing op hoge lonen. Deze maatregel verplicht werkgevers om een extra belastingbedrag af te dragen over het loongedeelte van werknemers dat een bepaalde grens overschrijdt. De invoering raakt direct de loonkosten en vraagt om tijdige voorbereiding, zeker voor bedrijven met medewerkers in hogere salarisschalen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over wat deze wijziging concreet betekent voor werkgevers.
Welke werkgevers krijgen te maken met de pseudo-eindheffing in 2027?
Alle werkgevers die werknemers in dienst hebben met een fiscaal loon dat de vastgestelde grens overschrijdt, krijgen te maken met de pseudo-eindheffing in 2027. De heffing geldt ongeacht de rechtsvorm of omvang van het bedrijf: van eenmanszaken en MKB-ondernemingen tot grote corporates. Bepalend is uitsluitend of het loon van een individuele werknemer boven de drempel uitkomt.
De pseudo-eindheffing op hoge lonen is een werkgeversheffing, wat betekent dat de werkgever de belasting betaalt en niet de werknemer zelf. Dit maakt de maatregel bijzonder relevant voor bedrijven die veel specialisten, directeuren of commerciële medewerkers met een hoog salaris in dienst hebben. Denk aan sectoren als financiële dienstverlening, technologie, de zakelijke dienstverlening en het hoger management binnen productiebedrijven.
Ook ondernemers die via een BV werken en zichzelf een hoog directeurssalaris toekennen, kunnen onder de reikwijdte van de heffing vallen. Het is daarom verstandig om tijdig een loonanalyse te maken en te beoordelen welke werknemers boven de drempel zitten.
Hoe wordt de pseudo-eindheffing berekend over hoge lonen?
De pseudo-eindheffing wordt berekend als een percentage over het gedeelte van het fiscale jaarloon dat boven de vastgestelde drempelgrens uitkomt. Het tarief bedraagt naar verwachting een vast percentage dat de wetgever toepast op het bovenmatige loongedeelte per werknemer. De werkgever betaalt dit bedrag bovenop de reguliere loonkosten.
Een rekenvoorbeeld maakt dit concreet. Stel dat de drempelgrens is vastgesteld op een bepaald bedrag en een werknemer verdient daar aanzienlijk boven. De werkgever berekent het verschil tussen het werkelijke fiscale loon en de drempelgrens en past daarop het eindheffingstarief toe. Dit bedrag wordt via de loonaangifte afgedragen aan de Belastingdienst, maandelijks of jaarlijks.
Belangrijk is dat de berekening plaatsvindt op individueel werknemersniveau. Twee werknemers die elk net onder de grens zitten, worden dus niet samengevoegd. Alleen het individuele loon dat de grens overstijgt, vormt de grondslag voor de heffing.
Wat is het verschil tussen de pseudo-eindheffing en reguliere loonbelasting?
Het kernverschil tussen de pseudo-eindheffing en de reguliere loonbelasting is wie de belasting betaalt en waarover. Bij reguliere loonbelasting houdt de werkgever belasting in op het loon van de werknemer en draagt die namens de werknemer af. Bij de pseudo-eindheffing is de werkgever zelf de belastingplichtige en draagt hij een extra heffing af over zijn eigen loonkosten, bovenop wat de werknemer al betaalt.
De pseudo-eindheffing staat daarmee volledig los van de loonheffing die de werknemer verschuldigd is. Een werknemer met een hoog loon betaalt gewoon zijn eigen inkomstenbelasting via de loonheffing. De werkgever betaalt daarnaast zijn eigen heffing over datzelfde hoge loon. De belastingdruk op hoge lonen wordt dus feitelijk dubbel verhoogd: eenmaal bij de werknemer via de progressieve tarieven, en eenmaal bij de werkgever via de pseudo-eindheffing.
Dit onderscheid is ook relevant voor de administratieve verwerking. De pseudo-eindheffing wordt niet verrekend met de werknemer en verschijnt niet op zijn loonstrook. De werkgever verwerkt de heffing in zijn eigen aangifte als een separate kostenpost.
Welke loonbestanddelen tellen mee voor de grondslag van de pseudo-eindheffing?
Voor de grondslag van de pseudo-eindheffing telt het totale fiscale jaarloon van de werknemer mee. Dat omvat niet alleen het basissalaris, maar ook bonussen, tantièmes, vakantiegeld, vaste onkostenvergoedingen die tot het loon worden gerekend, en de bijtelling voor een auto van de zaak. Al deze bestanddelen worden opgeteld om het fiscale jaarloon te bepalen.
De bijtelling voor een zakelijke leaseauto verdient specifieke aandacht. Deze bijtelling verhoogt het fiscale loon van de werknemer en kan er daardoor voor zorgen dat een werknemer boven de drempelgrens uitkomt, ook al ligt zijn basissalaris daar net onder. Voor werkgevers die medewerkers een auto van de zaak aanbieden, is het dus essentieel om de bijtelling mee te nemen in de berekening van de grondslag.
Loonbestanddelen die zijn aangewezen als eindheffingsloon aan de kant van de werkgever, zoals bepaalde vergoedingen binnen de werkkostenregeling, tellen in beginsel niet mee voor het fiscale loon van de werknemer. Het is raadzaam om per werknemer nauwkeurig in kaart te brengen welke componenten tot het fiscale loon behoren en welke daarbuiten vallen.
Hoe kunnen werkgevers de loonkosten door de pseudo-eindheffing beheersen?
Werkgevers kunnen de extra loonkosten door de pseudo-eindheffing beheersen door een combinatie van loonstructuuroptimalisatie, slimme arbeidsvoorwaarden en fiscaal bewust mobiliteitsbeleid. De kern is dat elke euro boven de drempelgrens extra belasting kost, wat vraagt om een bewuste afweging bij het vaststellen en herzien van salarissen en secundaire arbeidsvoorwaarden.
Loonstructuur en beloningsbeleid herzien
Een eerste stap is het analyseren van welke werknemers boven de drempel zitten en hoeveel hun loon de grens overschrijdt. Voor sommige medewerkers kan het financieel aantrekkelijker zijn om een deel van de beloning om te zetten naar vrijgestelde of anders belaste vormen van loon, zoals bijdragen aan een pensioenregeling of gerichte vrijstellingen binnen de werkkostenregeling. Dit verlaagt het fiscale jaarloon en daarmee de grondslag voor de pseudo-eindheffing.
Mobiliteitsbeleid en de auto van de zaak
Omdat de bijtelling voor een auto van de zaak het fiscale loon verhoogt, is het mobiliteitsbeleid een directe hefboom voor het beheersen van de grondslag. Werkgevers die medewerkers een elektrische leaseauto aanbieden, profiteren van een verlaagd bijtellingspercentage. Voor auto’s die in 2026 worden ingezet, geldt een bijtelling van 18% voor volledig elektrische voertuigen, en voor auto’s die in 2027 gaan rijden, geldt 20% over de eerste 30.000 euro van de catalogusprijs. Dit lagere percentage verlaagt het fiscale loon van de werknemer en daarmee mogelijk ook de grondslag voor de pseudo-eindheffing van de werkgever.
Wanneer moeten werkgevers actie ondernemen vóór de invoering in 2027?
Werkgevers doen er verstandig aan om uiterlijk in de loop van 2026 actie te ondernemen, zodat er voldoende tijd is om loonstructuren te analyseren, arbeidsvoorwaarden aan te passen en de administratie voor te bereiden op de nieuwe heffing. Wachten tot vlak voor de invoering laat te weinig ruimte voor een doordachte aanpak.
Een concreet tijdpad ziet er als volgt uit:
- Nu (2026): Breng in kaart welke werknemers boven de verwachte drempelgrens zitten en wat de financiële impact is voor uw organisatie.
- Medio 2026: Bespreek met uw salarisadministrateur of belastingadviseur welke aanpassingen in de loonstructuur mogelijk en zinvol zijn.
- Eind 2026: Rond eventuele aanpassingen in arbeidscontracten, beloningsbeleid en mobiliteitsbeleid af, zodat deze per 1 januari 2027 van kracht zijn.
- Januari 2027: Zorg dat uw salarisadministratie de pseudo-eindheffing correct verwerkt in de loonaangifte, maandelijks of jaarlijks.
Werkgevers die medewerkers een auto van de zaak aanbieden, moeten ook rekening houden met de doorlooptijden van leasecontracten. Als u overweegt over te stappen op elektrische voertuigen om de bijtelling te verlagen, is het verstandig om dit tijdig te plannen. Levertijden voor elektrische auto’s kunnen oplopen, en contracten moeten aansluiten op de gewenste ingangsdatum.
Hoe EDW helpt bij de impact van de pseudo-eindheffing op uw wagenpark
De pseudo-eindheffing maakt het fiscale gewicht van een auto van de zaak groter dan ooit. Een hogere bijtelling verhoogt het fiscale loon van de werknemer en vergroot daarmee de grondslag waarover u als werkgever de extra heffing betaalt. EDW Autolease helpt MKB-ondernemers en ZZP’ers om hun mobiliteitsbeleid zo in te richten dat dit fiscaal zo gunstig mogelijk uitpakt.
Wat EDW voor u kan betekenen:
- Advies over het leasen van elektrische voertuigen met verlaagde bijtelling, waardoor de grondslag voor de pseudo-eindheffing lager uitvalt
- Onafhankelijk advies over financial lease of operational lease, afgestemd op uw specifieke situatie als werkgever
- Begeleiding bij het samenstellen van een wagenpark dat aansluit op uw beloningsbeleid en de nieuwe fiscale realiteit
- Een vaste adviseur die het hele traject begeleidt, van keuze tot aflevering, zonder callcenter of doorverbinden
EDW werkt merk-, dealer- en leasemaatschappij-onafhankelijk, wat betekent dat het advies altijd in uw belang is. Wilt u weten hoe u uw wagenpark fiscaal slim kunt inrichten vóór de invoering van de pseudo-eindheffing in 2027? Neem contact op en bespreek uw situatie met een adviseur bij u in de buurt.